Trotski's theorie.

Trotski's theorie van de Permanente Revolutie, bestond hieruit, dat hij voorzag dat de macht van de arbeidersklasse de uitkomst van de Russische revolutie zou bepalen. Tot dusver had de arbeidersklasse geen rechten en werd meedogenloos uitgebuit in de sterk ontwikkelende industrie. Voornaamste taken: vernietiging van feodale en semi-feodale verbanden op het land; eenheid brengen in het land; invoering van democratisch stemrecht; verkiezing van een democratisch parlement; persvrijheid en vakbondsrechten voor de arbeidersklasse. Deze revolutie zou de economie bevrijden van het imperialisme.

Door de late ontwikkeling van de kapitalistische klasse in Rusland waren zij niet langer in staat een rol te spelen in de revolutie. Kapitalisten investeren in land en industrie. Daarom zou iedere poging tot landhervorming de macht van de grootgrondbezitters bedreigen en ook de positie van de oppositie van kapitalisten en daarmee ook de politieke vertegenwoordiging van de liberaalkapitalistische partijen schaden.

Dit is niet alleen in Rusland aangetoond, maar ook in Duitsland in de 19e eeuw en in onze tijd in Afrika, Azië en Latijns Amerika.

Trotski en Lenin stelden dat alleen een alliantie van arbeiders en boeren de kapitalistische, democratische revolutie zou kunnen doorvoeren.

In tegenstelling met Lenin stelde Trotski, dat de boeren, die nooit een onafhankelijke rol hadden gespeeld in de geschiedenis, geleid moesten worden door een van de andere grote klassen: de burgerij en de arbeiderspartij.

Eenmaal aan de macht, nadat de burgerlijke democratische revolutie was doorgevoerd, zou de revolutionaire kracht verdergaan met sociale taken binnen Rusland en dienst doen als een vonk, die de wereldrevolutie zou ontsteken.

En dat gebeurde ook met een revolutionaire golf door West-Europa, in Duitsland in Hongarije en Italië.

Trotski's ideeën zijn vandaag de dag nog net zo toepasbaar in Afrika, grote delen van Azië en Latijns Amerika als 80 jaar geleden in Rusland.

terug